Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

283 слів · сторінка 4 з 12

  • herkennenA2

    herkende · hebben herkend

    впізнавати

    Ik herkende hem meteen.

  • hetenA1неправильне

    heette · heetten · hebben geheten

    називатися, зватися

    Hoe heet jij?

  • hoestenA2

    hoestte · hebben gehoest

    кашляти

    Het kind hoest de hele nacht.

  • hoevenA2неправильне

    hoefde · hoefden · hebben gehoeven

    бути потрібним (із запереченням)

    Je hoeft morgen niet naar school te komen.

  • hopenA1

    hoopte · hebben gehoopt

    сподіватися

    Ik hoop dat het lukt.

  • horenA1

    hoorde · hebben gehoord

    чути

    Ik hoor je niet goed.


    належати до, входити до

    Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.

  • houdenA1неправильне

    hield · hielden · hebben gehouden

    тримати; любити (van)

    Ik houd van koffie.

  • huilenA1

    huilde · hebben gehuild

    плакати

    De baby huilt de hele nacht.

  • hurenA2

    huurde · hebben gehuurd

    орендувати, наймати

    Wij huren een appartement van een woningcorporatie.

  • inleverenA2відокремлюваний

    leverde in · hebben ingeleverd

    здати (роботу, річ)

    Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.

  • inloggenA2відокремлюваний

    logde in · hebben ingelogd

    входити в акаунт

    Log in met je e-mailadres.

  • inpakkenA2відокремлюваний

    pakte in · hebben ingepakt

    пакувати; збирати (речі)

    Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.

  • inrichtenA2відокремлюваний

    richtte in · hebben ingericht

    облаштовувати

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • instappenA2відокремлюваний

    stapte in · zijn ingestapt

    сідати (у транспорт)

    U kunt achterin instappen.

  • invullenA2відокремлюваний

    vulde in · hebben ingevuld

    заповнювати

    Vul het formulier volledig in.

  • kennenA1

    kende · hebben gekend

    знати (когось)

    Ken je die man?

  • kiezenA1неправильне

    koos · kozen · hebben gekozen

    вибирати

    Je moet zelf kiezen.

  • kijkenA1неправильне

    keek · keken · hebben gekeken

    дивитися

    We kijken vanavond naar een film.

  • klaarmakenA2відокремлюваний

    maakte klaar · hebben klaargemaakt

    приготувати

    Ik maak het eten klaar.

  • klikkenA2

    klikte · hebben geklikt

    клацати, натискати

    Klik op de blauwe knop om verder te gaan.

  • kloppenA2

    klopte · hebben geklopt

    бути правильним; стукати

    Klopt dit adres?

  • knippenA2

    knipte · hebben geknipt

    стригти, різати (ножицями)

    Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.

  • kokenA2

    kookte · hebben gekookt

    готувати

    Wie kookt er vanavond?


    кипіти

    Wacht tot het water kookt en doe dan de pasta erin.

  • komenA1неправильне

    kwam · kwamen · zijn gekomen

    приходити

    Kom je vanavond ook?

  • kopenA1неправильне

    kocht · kochten · hebben gekocht

    купувати

    Ik koop brood bij de bakker.