Словник
1493 слів · сторінка 34 з 60
opnameA2
зняття грошей
Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.
optredenB1
виступ; виступати
De band treedt zaterdag op.
opzegtermijnB1
строк попередження про звільнення
De opzegtermijn is één maand.
oranjeA1
помаранчевий
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
oudA1
старий
Dit is een oud gebouw.
oudersA1
батьки
Mijn ouders wonen nog in Polen.
ovenA2
духовка
Zet de oven op 180 graden.
ovenschaalA2
форма для запікання
Doe alles in een ovenschaal.
overheidsdienstB1
державна служба
Deze overheidsdienst behandelt uw aanvraag.
overheidsformulierB1
державний бланк
Overheidsformulieren zijn vaak lastig te lezen.
overheidsloketB1
держпослуги (вікно прийому)
Bij het overheidsloket regel je je aanvraag.
overlegB1
нарада, обговорення
Na overleg met het team besloten we te wachten.
overstromingB1
повінь
De overstroming veroorzaakte veel schade.
overurenA2
понаднормові години
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
overwerkB1
понаднормова робота
Overwerk wordt bij ons niet betaald.
overzichtA2
огляд, зведення
Hier is een overzicht van de kosten.
paarA1
пара, кілька
Ik blijf nog een paar dagen.
pakjeA1
посилка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
panA2
каструля, сковорода
Doe de groente in de pan.
papierA1
папір
Schrijf het op een blaadje papier.
paprikaA1
солодкий перець
Snijd de paprika in reepjes.
parapluA1
парасолька
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
parkA1
парк
We wandelen graag in het park.
parkeerbeleidB1
паркувальна політика
Het parkeerbeleid in de stad is streng.
parkeerplaatsB1
паркувальне місце
Er is geen parkeerplaats vrij.

