Словник
83 слів · сторінка 3 з 4
tenzijB2
якщо тільки не
Wij gaan door, tenzij u bezwaar maakt.
tienA1
десять
Ik heb nog tien minuten.
tijdensA1
під час
Tijdens de les mag je niet bellen.
totA1
до
De winkel is open tot zes uur.
tussenA1
між
De winkel zit tussen de bank en het café.
twaalfA1
дванадцять
We eten om twaalf uur.
tweeA1
два
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
другий
Neem de tweede straat rechts.
twintigA1
двадцять
Het kost twintig euro.
uitA1
з
Ik kom uit Oekraïne.
vanA1
від, чийсь
Dit is de fiets van mijn broer.
veelA1
багато
Er zijn veel mensen buiten.
veertigA1
сорок
Hier mag je veertig rijden.
vierA1
чотири
Wij wonen op nummer vier.
vierdeA1
четвертий
Dit is mijn vierde les.
vijfA1
п'ять
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
п'ятий
Neem de vijfde straat links.
vijftigA1
п'ятдесят
Ik betaal met een briefje van vijftig.
voorA1
для; перед
Dit cadeau is voor jou.
waarA1
де
Waar woon je?
waaromA1
чому
Waarom kom je niet?
wanneerA1
коли
Wanneer begint de les?
wantA1
бо
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
watA1
що
Wat doe je?
welkeA1
який
Welke bus moet ik nemen?

