Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

76 слів · сторінка 3 з 4

  • tweeA1

    два

    Ik heb twee kinderen.

  • tweedeA1

    другий

    Neem de tweede straat rechts.

  • twintigA1

    двадцять

    Het kost twintig euro.

  • uitA1

    з

    Ik kom uit Oekraïne.

  • vanA1

    від, чийсь

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • veelA1

    багато

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veertigA1

    сорок

    Hier mag je veertig rijden.

  • vierA1

    чотири

    Wij wonen op nummer vier.

  • vierdeA1

    четвертий

    Dit is mijn vierde les.

  • vijfA1

    п'ять

    Het kost vijf euro.

  • vijfdeA1

    п'ятий

    Neem de vijfde straat links.

  • vijftigA1

    п'ятдесят

    Ik betaal met een briefje van vijftig.

  • voorA1

    для; перед

    Dit cadeau is voor jou.

  • waarA1

    де

    Waar woon je?

  • waaromA1

    чому

    Waarom kom je niet?

  • wanneerA1

    коли

    Wanneer begint de les?

  • wantA1

    бо

    Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

  • watA1

    що

    Wat doe je?

  • welkeA1

    який

    Welke bus moet ik nemen?

  • wieA1

    хто

    Wie is dat?

  • zesA1

    шість

    We eten om zes uur.

  • zestigA1

    шістдесят

    Mijn vader is zestig geworden.

  • zevenA1

    сім

    Een week heeft zeven dagen.

  • zeventigA1

    сімдесят

    Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

  • zoA1

    так

    Doe het zo.