Словник
140 слів · сторінка 3 з 6
meerA1
більше
Ik heb meer tijd nodig.
het meer
озеро
In de zomer zwemmen we in het meer.
meerdereB1
декілька
Er zijn meerdere manieren om dit probleem op te lossen.
meesteA1
більшість
De meeste mensen komen met de fiets.
menB1
кажуть, люди (безос.)
Men zegt dat het morgen gaat sneeuwen.
metA1
з
Ik ga met de fiets.
miljardB1
мільярд
De overheid geeft miljarden uit aan de zorg.
miljoenA2
мільйон
Nederland heeft bijna achttien miljoen inwoners.
naA1
після
Na het eten gaan we wandelen.
naarA1
до, в (напрямок)
Ik ga naar mijn werk.
naastA1
поруч із
Hij zit naast mij.
nadatB1
після того як
Nadat ik gegeten had, ging ik naar bed.
namensB1
від імені
Namens het hele team wens ik je veel succes.
neeA1
ні
Nee, dank je, ik hoef geen koffie meer.
negenA1
дев'ять
Mijn zoon is negen jaar.
negentigA1
дев'яносто
Hij werd negentig jaar oud.
niemandA1
ніхто
Er is niemand thuis.
nietA1
не
Ik begrijp het niet.
nietsA1
нічого
Ik heb niets gezegd.
niksA2
нічого (розм.)
Ik heb vandaag nog niks gegeten.
ofA1
або
Wil je thee of koffie?
omA1
о (про час); навколо
De les begint elke dag om half negen.
щоб (om … te)
Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.
omdatA1
тому що
Ik kom niet, omdat ik moet werken.
ondanksB1
незважаючи на
Ondanks de regen gingen we toch wandelen.
onderA1
під
De doos staat onder het bed.
ookA1
теж, також
Ik kom ook mee.

