Словник
73 слів · сторінка 3 з 3
overalA2
скрізь
Er liggen overal fietsen.
overmorgenA1
післязавтра
Overmorgen begint mijn vakantie.
rechtsA1
праворуч
De supermarkt is rechts van het station.
samenA1
разом
We eten samen om zes uur.
somsA1
іноді
Soms neem ik de bus.
straksA1
скоро, згодом
Ik bel je straks even terug.
tamelijkB2
досить
Het antwoord was tamelijk vaag.
tegenwoordigA2
нині
Tegenwoordig werk ik vaker thuis.
tochA2
все ж, все-таки
Het was koud, maar we gingen toch.
trouwensA2
до речі
Trouwens, heb je die brief al gelezen?
uiterstB2
украй
De situatie is uiterst zorgelijk.
vaakA1
часто
Ik ga vaak met de fiets.
vanavondA1
сьогодні ввечері
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
сьогодні
Vandaag is het mooi weer.
vanmiddagA1
сьогодні вдень
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
сьогодні вранці
Vanmorgen was het erg koud.
vooralA2
особливо, головним чином
Ik oefen vooral spreken.
voortaanA2
надалі
Voortaan doen we het anders.
waarschijnlijkA2
ймовірно
Hij komt waarschijnlijk te laat.
wekelijksA1
щотижня
De les is wekelijks op dinsdag.
weliswaarB2
хоч і, щоправда
Het is weliswaar duur, maar het werkt.
wellichtB2
можливо
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
zeldenA2
рідко
Ik ga zelden naar de bioscoop.

