Словник
1053 слів · сторінка 28 з 43
het prijsverschilA2
різниця в ціні
Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.
de prikA2
укол
De prik deed nauwelijks pijn.
de PrinsjesdagA2
день відкриття парламентського року
Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de begroting.
het probleemA1
проблема
We hebben een klein probleem.
het productA2
товар, продукт
Dit product is uitverkocht.
de productieA2
виробництво
De productie is naar het buitenland verplaatst.
de productinformatieA2
інформація про товар
De productinformatie staat op de doos.
de proeftijdA2
випробувальний термін
De proeftijd duurt één maand.
het programmaA2
програма, передача
Op tv is vanavond een leuk programma over dieren.
de provincieA1
провінція
Nederland telt twaalf provincies.
de prullenbakA1
смітник (кошик)
Gooi het papier in de prullenbak.
de publicatieA2
публікація
De publicatie verscheen vorige maand.
het publiekA1
аудиторія; публіка
Het programma trekt een jong publiek.
het puntA2
пункт, момент; бал
Je hebt gelijk, dat is een belangrijk punt.
het raamA1
вікно
Het raam staat open.
de radioA1
радіо
In de auto luister ik altijd naar de radio.
het rapportA2
табель; звіт
Mijn dochter heeft een goed rapport gekregen.
de reactieA1
коментар, відгук
Onder het bericht staan honderd reacties.
het receptA2
рецепт (страви)
Dit recept komt van mijn moeder.
рецепт (лікаря)
De dokter geeft je een recept voor de apotheek.
het rechtA1
право
Je hebt recht op een advocaat.
прямий, прямо
De weg loopt recht naar het centrum.
de rechtbankA2
суд
De zaak dient volgende maand voor de rechtbank.
de rechterA2
суддя
De rechter deed vandaag uitspraak.
de rechtsstaatA2
правова держава
In een rechtsstaat staat niemand boven de wet.
de redenA2
причина
Wat is de reden van je verhuizing?
de regelA1
правило
Dat is hier de regel.
рядок (тексту)
Het antwoord staat op regel twaalf van de tekst.

