Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

1230 слів · сторінка 24 з 50

  • maartA1

    березень

    De cursus start in maart.

  • maatA2

    розмір

    Heeft u dit in een grotere maat?

  • magnetronA2

    мікрохвильовка

    Warm het even op in de magnetron.

  • mailenA2

    надсилати електронною поштою

    Ik mail je de documenten vanavond.

  • makenA1

    робити, виготовляти

    Ik maak het eten klaar.

  • makkelijkA1

    легкий

    Deze oefening is makkelijk.

  • manA1

    чоловік

    Die man werkt in de winkel.

  • manierA2

    спосіб

    Dat is een handige manier om te oefenen.

  • marktA2

    ринок

    Op zaterdag is er markt op het plein.

  • matrasA1

    матрац

    Dit matras is te zacht voor mij.

  • medestudentA2

    однокурсник

    Ik oefen samen met een medestudent.

  • medicijnA2

    ліки

    Neem dit medicijn twee keer per dag.

  • meedoenA2

    брати участь

    Doe je mee met de cursus?

  • meelA1

    борошно

    Voor dit recept heb je meel nodig.

  • meemakenA2

    переживати, зазнавати

    Ik heb veel meegemaakt dit jaar.

  • meenemenA2

    брати з собою

    Neem je paspoort mee.

  • meerA1

    більше

    Ik heb meer tijd nodig.

  • meestalA2

    зазвичай

    Ik ga meestal met de fiets.

  • meesteA1

    більшість

    De meeste mensen komen met de fiets.

  • meiA1

    травень

    Mijn verjaardag is in mei.

  • meisjeA1

    дівчинка

    Het meisje speelt buiten.

  • melkA1

    молоко

    Wil je melk in je koffie?

  • mensA1

    людина

    Hij is een aardig mens.

  • mensenA1

    люди

    Er waren veel mensen op het feest.

  • merkA2

    марка, бренд

    Welk merk koop jij meestal?