Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

796 слів · сторінка 24 з 32

  • het shirtA1

    сорочка, футболка

    Hij draagt een wit shirt.

  • de sinaasappelA1

    апельсин

    Ik pers elke ochtend een sinaasappel.

  • sindsA1

    з (якогось часу)

    Ik woon hier sinds 2022.

  • de slaA1

    салат (листовий)

    Er ligt sla in de koelkast.

  • de slaapA1

    сон

    Ik heb te weinig slaap gehad.

  • de slaapkamerA1

    спальня

    Wij hebben twee slaapkamers.

  • het slachtofferA1

    потерпілий

    Het slachtoffer is aanspreekbaar.

  • slapenA1неправильне

    sliep · sliepen · hebben geslapen

    спати

    Ik heb slecht geslapen.

  • slechtA1

    поганий

    Het weer is vandaag slecht.

  • het sleutelbosA1

    в'язка ключів

    Mijn sleutelbos ligt op de kast.

  • sluitenA1неправильне

    sloot · sloten · hebben gesloten

    закривати

    De deur sluit automatisch.

  • snelA1

    швидкий

    Hij loopt heel snel.

  • het snoepA1

    цукерки, солодощі

    Kinderen eten te veel snoep.

  • sociaalA1

    соціальний, товариський

    Hij is heel sociaal en maakt snel contact.

  • de soepA1

    суп

    De soep is nog te heet.

  • de sokA1

    шкарпетка

    Ik kan mijn sokken niet vinden.

  • sommigeA1

    деякі

    Sommige winkels zijn zondag open.

  • somsA1

    іноді

    Soms neem ik de bus.

  • soortA1

    вид; сорт

    Deze soort staat op de rode lijst.

  • sorryA1

    вибачте

    Sorry, ik ben te laat.

  • spelenA1

    speelde · hebben gespeeld

    гратися

    De kinderen spelen in de tuin.


    відбуватися, розгортатися (про дію)

    Het verhaal speelt in Amsterdam, vlak na de oorlog.

  • de spiegelA1

    дзеркало

    Er hangt een spiegel in de gang.

  • de spierA1

    м'яз

    Na het sporten doen mijn spieren pijn.

  • de spinazieA1

    шпинат

    Spinazie zit vol ijzer.

  • de sportA1

    спорт

    Welke sport doe jij?