Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

1756 слів · сторінка 21 з 71

  • de gootsteenA1

    раковина

    De vuile borden staan in de gootsteen.

  • het gordijnA2

    штора

    Doe de gordijnen even dicht.

  • het goudA2

    золото

    Haar ring is van echt goud.

  • graagA1

    охоче, залюбки

    Ik drink graag koffie.

  • het gramA2

    грам

    Ik heb 500 gram kaas gekocht.

  • de grammaticaA2

    граматика

    De grammatica vind ik het moeilijkst.

  • de grapA2

    жарт

    Die grap viel verkeerd.

  • grappigA2

    смішний

    Mijn broer vertelt altijd grappige verhalen.

  • gratisA1

    безкоштовно

    De eerste les is gratis.

  • de grensA2

    кордон; межа

    Bij de grens met Duitsland is geen controle meer.

  • de griepA2

    грип

    Half kantoor heeft de griep.

  • de griepprikA2

    щеплення від грипу

    Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.

  • grijsA1

    сірий

    De lucht is vandaag grijs.

  • groeienA2

    groeide · zijn gegroeid

    рости

    De tomaten groeien goed in de warme kas.

  • groenA1

    зелений

    Het licht is groen, je mag gaan.

  • de groenteA2

    овочі

    Eet elke dag genoeg groente.

  • de groepA1

    група

    De groep vertrekt om negen uur met de bus.

  • de groepslesA2

    групове заняття

    Een groepsles is goedkoper dan privéles.

  • groetenA2

    groette · hebben gegroet

    вітатися

    Groet je buren als je ze tegenkomt.

  • de grondwetA2

    конституція

    Dat recht staat in de grondwet.

  • grootA1

    великий

    Zij wonen in een groot huis.

  • de grootmoederA2

    бабуся (офіц.)

    Mijn grootmoeder is geboren in een dorp in Friesland.

  • de grootvaderA2

    дідусь (офіц.)

    Mijn grootvader werkte vroeger als visser op zee.

  • het haarA1

    волосся

    Zij heeft lang haar.


    її (присвійне)

    Anna zoekt haar sleutels in haar tas.

  • de haastA2

    поспіх

    Ik heb haast, want mijn bus vertrekt zo.