Словник
612 слів · сторінка 21 з 25
tweeA1
два
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
другий
Neem de tweede straat rechts.
tweelingA1
близнюки
Zij heeft een tweeling gekregen.
twintigA1
двадцять
Het kost twintig euro.
uiA1
цибуля
Van een ui moet ik huilen.
uitA1
з
Ik kom uit Oekraïne.
uurA1
година
De les duurt één uur.
vaakA1
часто
Ik ga vaak met de fiets.
vaderA1
батько
Mijn vader kookt heel goed.
vallenA1
падати
Pas op, je valt bijna.
vanA1
від, чийсь
Dit is de fiets van mijn broer.
vanavondA1
сьогодні ввечері
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
сьогодні
Vandaag is het mooi weer.
vanmiddagA1
сьогодні вдень
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
сьогодні вранці
Vanmorgen was het erg koud.
veelA1
багато
Er zijn veel mensen buiten.
veertigA1
сорок
Hier mag je veertig rijden.
vensterbankA1
підвіконня
Op de vensterbank staan planten.
verA1
далеко
Is het nog ver?
verdiepingA1
поверх
Wij wonen op de derde verdieping.
verjaardagA1
день народження
Morgen is mijn verjaardag.
verkopenA1
продавати
Ze verkopen hier verse groente.
verloofdA1
заручений
Ze zijn sinds vorige maand verloofd.
vertellenA1
розповідати
Vertel eens, hoe was je dag?
vierA1
чотири
Wij wonen op nummer vier.

