Словник
1756 слів · сторінка 20 з 71
het getalA1
число
Schrijf het getal in cijfers.
getrouwdA1
одружений / заміжня
Zij is al tien jaar getrouwd.
gevaarlijkA2
небезпечний
Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.
de gevangenisA2
в'язниця
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
gevenA1неправильне
gaf · gaven · hebben gegeven
давати
Geef mij het zout, alsjeblieft.
het gevoelA1
почуття
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
het gevolgA2
наслідок
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
geweldigA2
чудовий, класний
Het concert gisteren was echt geweldig!
gewondA2
поранений
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonA1
звичайний; просто
Het was een gewone dag op kantoor.
de gewoonteA2
звичка
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
het gezichtA1
обличчя
Was je gezicht met koud water.
het gezinA1
сім'я (домогосподарство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gezondA2
здоровий
Hij eet heel gezond.
de gezondheidstoestandA2
стан здоров'я
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
het gipsA2
гіпс
Zijn arm zit zes weken in het gips.
gisteravondA2
учора ввечері
Gisteravond hebben we lekker gegeten bij vrienden.
gisterenA1
вчора
Gisteren was ik ziek.
het glasA1
склянка
Mag ik een glas water?
скло
De deur van de keuken is van hout en glas.
goedA1
добрий
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
доброго ранку
Goedemorgen, komt u binnen.
de goedenavondA1
добрий вечір
Goedenavond, komt u binnen.
de goedendagA1
добрий день
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
goedkoopA2
дешевий
Deze winkel is vrij goedkoop.
gooienA2
gooide · hebben gegooid
кидати
Gooi het papier in de blauwe container.

