Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

796 слів · сторінка 20 з 32

  • de oomA1

    дядько

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • het oorA1

    вухо

    Mijn oor doet pijn.

  • opA1

    на

    Zet de kopjes op de tafel.

  • de opaA1

    дідусь

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • openA1

    відкритий

    De winkel is nog open.

  • openbaarA1

    публічний, громадський

    De vergadering is openbaar.

  • openenA1

    opende · hebben geopend

    відкривати

    De winkel opent om negen uur.

  • opnieuwA1

    заново, знову

    Probeer het opnieuw.

  • oranjeA1

    помаранчевий

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • oudA1

    старий

    Dit is een oud gebouw.

  • de oudersA1

    батьки

    Mijn ouders wonen nog in Polen.

  • overA1

    про; через (час)

    We praten later over dit probleem.

  • de overheidA1

    держава, влада

    De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.

  • overmorgenA1

    післязавтра

    Overmorgen begint mijn vakantie.

  • het paarA1

    пара, кілька

    Ik blijf nog een paar dagen.

  • paarsA1

    фіолетовий

    De bloemen in de tuin zijn paars.

  • het pakjeA1

    посилка, пачка

    Er ligt een pakje voor je bij de buren.

  • pakkenA1

    pakte · hebben gepakt

    брати, хапати

    Pak even een glas voor me.

  • de papaA1

    тато

    Papa brengt ons morgen met de auto naar school.

  • het papierA1

    папір

    Schrijf het op een blaadje papier.

  • de paprikaA1

    солодкий перець

    Snijd de paprika in reepjes.

  • de parapluA1

    парасолька

    Neem een paraplu mee, het gaat regenen.

  • pardonA1

    перепрошую

    Pardon, mag ik er even langs?

  • het parkA1

    парк

    We wandelen graag in het park.

  • de partnerA1

    партнер

    Mijn partner werkt in het onderwijs.