Словник
73 слів · сторінка 2 з 3
heelA1
дуже; цілий
Het is heel warm vandaag.
helaasA2
на жаль
Helaas kan ik niet komen.
hierA1
тут
Ik woon hier al drie jaar.
hoogstB2
надзвичайно
Dat is hoogst ongebruikelijk.
immersB2
адже
Hij weet het; hij was er immers zelf bij.
inderdaadA2
справді
Dat klopt inderdaad.
jaarlijksA1
щорічно
Er is jaarlijks een buurtfeest.
kortomB2
коротше кажучи
Kortom, het voorstel deugt niet.
lieverA1
краще, радше
Ik drink liever thee.
linksA1
ліворуч
Sla bij de kerk links af.
meestalA2
зазвичай
Ik ga meestal met de fiets.
meteenA1
одразу
Ik kom er meteen aan.
misschienA2
можливо
Misschien kom ik later.
morgenA1
завтра
Morgen begin ik vroeg.
namelijkA2
річ у тім, що
Ik kan niet komen, ik moet namelijk werken.
natuurlijkB1
природний; звичайно
Dit is een natuurlijk product.
nauwelijksB2
ледве, майже не
Er is nauwelijks tijd over.
nergensA2
ніде
Ik kan het nergens vinden.
netA1
щойно
Hij is net weggegaan.
nogA1
ще
Ik ben nog niet klaar.
nooitA1
ніколи
Ik drink nooit alcohol.
nuA1
зараз
Ik heb nu geen tijd.
ongetwijfeldB2
безсумнівно
Dat wordt ongetwijfeld nog een discussie.
ongeveerA2
приблизно
Het duurt ongeveer een uur.
opnieuwA2
заново, знову
Probeer het opnieuw.

