Словник
36 слів · сторінка 2 з 2
overmorgenA1
післязавтра
Overmorgen begint mijn vakantie.
rechtsA1
праворуч
De supermarkt is rechts van het station.
samenA1
разом
We eten samen om zes uur.
somsA1
іноді
Soms neem ik de bus.
straksA1
скоро, згодом
Ik bel je straks even terug.
vaakA1
часто
Ik ga vaak met de fiets.
vanavondA1
сьогодні ввечері
Vanavond blijf ik thuis.
vandaagA1
сьогодні
Vandaag is het mooi weer.
vanmiddagA1
сьогодні вдень
Vanmiddag heb ik een afspraak.
vanmorgenA1
сьогодні вранці
Vanmorgen was het erg koud.
wekelijksA1
щотижня
De les is wekelijks op dinsdag.

