Словник
42 слів · сторінка 2 з 2
nieuwA1
новий
Ik heb een nieuwe telefoon.
openA1
відкритий
De winkel is nog open.
paarsA1
фіолетовий
De bloemen in de tuin zijn paars.
rijkA1
багатий
Zij komt uit een rijke familie.
rondA1
круглий
De tafel is rond.
snelA1
швидкий
Hij loopt heel snel.
sterkA1
сильний
Hij is heel sterk.
suikervrijA1
без цукру
Deze thee is suikervrij.
viesA1
брудний
Je schoenen zijn vies.
volA1
повний
De bus is helemaal vol.
volgendA1
наступний
Volgende week begin ik met de cursus.
vorigA1
минулий, попередній
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vriendA1
друг
Hij is een goede vriend van mij.
warmA1
теплий, гарячий
De soep is nog warm.
weinigA1
мало
Ik heb weinig tijd.
witA1
білий
De muren zijn wit geverfd.
zwartA1
чорний
Hij heeft zwarte schoenen aan.

