Словник
430 слів · сторінка 14 з 18
het shirtA1
сорочка, футболка
Hij draagt een wit shirt.
de sinaasappelA1
апельсин
Ik pers elke ochtend een sinaasappel.
de slaA1
салат (листовий)
Er ligt sla in de koelkast.
de slaapA1
сон
Ik heb te weinig slaap gehad.
de slaapkamerA1
спальня
Wij hebben twee slaapkamers.
het slachtofferA1
потерпілий
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
het sleutelbosA1
в'язка ключів
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
het snoepA1
цукерки, солодощі
Kinderen eten te veel snoep.
de soepA1
суп
De soep is nog te heet.
de sokA1
шкарпетка
Ik kan mijn sokken niet vinden.
soortA1
вид; сорт
Deze soort staat op de rode lijst.
de spiegelA1
дзеркало
Er hangt een spiegel in de gang.
de spierA1
м'яз
Na het sporten doen mijn spieren pijn.
de spinazieA1
шпинат
Spinazie zit vol ijzer.
de sportA1
спорт
Welke sport doe jij?
de spullenA1
речі
Neem je spullen mee.
de stadA1
місто
Amsterdam is een grote stad.
de stiefmoederA1
мачуха
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.
de stoelA1
стілець
Neem een stoel en ga zitten.
het stopcontactA1
розетка
Er is hier geen stopcontact.
de straatA1
вулиця
Ik woon in een rustige straat.
de stroopwafelA1
стропвафля
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
de studentA1
студент
Als student krijg je korting.
het stukA1
шматок
Wil je een stuk taart?
зламаний, не працює
De lift is al een week stuk.
de taalA1
мова
Nederlands is een moeilijke taal.

