Словник
396 слів · сторінка 13 з 16
sleutelbosA1
в'язка ключів
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
snoepA1
цукерки, солодощі
Kinderen eten te veel snoep.
soepA1
суп
De soep is nog te heet.
sokA1
шкарпетка
Ik kan mijn sokken niet vinden.
sommigeA1
деякі
Sommige winkels zijn zondag open.
spiegelA1
дзеркало
Er hangt een spiegel in de gang.
spierA1
м'яз
Na het sporten doen mijn spieren pijn.
spinazieA1
шпинат
Spinazie zit vol ijzer.
spullenA1
речі
Neem je spullen mee.
stadA1
місто
Amsterdam is een grote stad.
stiefmoederA1
мачуха
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.
stilA1
тихий
Wees even stil, alsjeblieft.
stoelA1
стілець
Neem een stoel en ga zitten.
stopcontactA1
розетка
Er is hier geen stopcontact.
straatA1
вулиця
Ik woon in een rustige straat.
stroopwafelA1
стропвафля
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
stukA1
шматок
Wil je een stuk taart?
taalA1
мова
Nederlands is een moeilijke taal.
taartA1
торт
Op mijn verjaardag maak ik een taart.
tafelA1
стіл
Het eten staat op tafel.
tandA1
зуб
Er is een tand afgebroken.
tandenborstelA1
зубна щітка
Vergeet je tandenborstel niet.
tanteA1
тітка
Mijn tante komt op bezoek.
tasA1
сумка
Mijn tas staat naast de stoel.
teenA1
палець ноги
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.

