Словник
1230 слів · сторінка 12 з 50
fietsrouteA2
велосипедний маршрут
Deze fietsroute gaat door het bos.
fietsslotA2
велозамок
Vergeet je fietsslot niet.
fietsverhuurA2
прокат велосипедів
Bij het station is een fietsverhuur.
filmA1
фільм
We kijken vanavond een film.
flesA1
пляшка
Er staat een fles wijn op tafel.
flesjeA2
пляшечка
Neem een flesje water mee.
fotoA1
фотографія
Dit is een foto van mijn familie.
foutA1
помилка; неправильний
Ik heb een fout gemaakt.
fruitA2
фрукти
Op mijn werk staat er altijd fruit.
functieA2
посада
In welke functie werk je?
functietitelA2
назва посади
Wat is je functietitel precies?
gaanA1
йти, їхати
Ik ga morgen naar Amsterdam.
gangA1
коридор
Zet je schoenen in de gang.
garageA1
гараж
De fiets staat in de garage.
garantieA2
гарантія
Er zit twee jaar garantie op.
gauwA1
скоро
Tot gauw!
gebakA1
випічка, тістечко
Bij de koffie was er gebak.
gebeurenA2
відбуватися
Wat is er gebeurd?
gebruikA2
використання
Het gebruik van de app is gratis.
gebruikelijkA2
прийнятий, звичайний
Het is hier gebruikelijk om af te spreken.
gebruikenA2
використовувати
Mag ik je telefoon even gebruiken?
geduldigA2
терплячий
De docent is heel geduldig.
geelA1
жовтий
De bloemen in de tuin zijn geel.
geenA1
немає, жодний
Ik heb geen tijd.
geïrriteerdA2
роздратований
Hij raakte geïrriteerd door het wachten.

