Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

425 слів · сторінка 11 з 17

  • overstekenB1

    переходити (дорогу)

    Steek hier voorzichtig over.

  • overtuigenB2

    переконувати

    Hij wist iedereen te overtuigen.

  • pakkenA1

    брати, хапати

    Pak even een glas voor me.

  • parkerenA2

    паркуватися

    Hier mag je niet parkeren.

  • passenA2

    міряти; підходити

    Mag ik deze broek even passen?

  • pinnenA2

    платити карткою

    Kan ik hier pinnen?

  • poetsenA1

    чистити

    Poets je tanden twee keer per dag.

  • pratenA1

    розмовляти

    We praten straks verder.

  • presterenB1

    показувати результат

    Onder druk presteert hij juist beter.

  • prijzenB2

    хвалити

    De jury prees haar heldere betoog.

  • printenA2

    роздруковувати

    Kun je dit formulier even printen?

  • prioriterenB2

    розставляти пріоритети

    We moeten onze taken beter prioriteren.

  • proberenA2

    пробувати

    Wil je dit even proberen?

  • proevenA2

    куштувати

    Wil je even proeven of het goed is?

  • promoverenB2

    захистити дисертацію

    Hij is vorig jaar gepromoveerd.

  • publicerenB2

    публікувати

    De krant publiceerde het rapport gisteren.

  • radenA1

    вгадувати

    Raad eens wie ik zag!

  • rangschikkenB2

    розташовувати за порядком

    Rangschik de zinnen in de juiste volgorde.

  • rapporterenB2

    звітувати

    Je rapporteert rechtstreeks aan de directeur.

  • reagerenB1

    реагувати, відповідати

    Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.

  • recyclenB2

    переробляти

    Plastic kun je vaak recyclen.

  • regelenA2

    залагоджувати

    Ik regel het morgen wel.

  • reizenA1

    подорожувати, їздити

    Ik reis elke dag met de trein.

  • rekenenA2

    рахувати, обчислювати

    Ik moet even rekenen hoeveel het kost.

  • relativerenB2

    розглядати в контексті

    Je moet die cijfers wel relativeren.