Словник
93 слів · сторінка 1 з 4
aanwezigA2
присутній
Je moet minstens 80% aanwezig zijn.
afwezigA2
відсутній
Hij was vorige week afwezig.
alleenstaandA1
самотній
Zij is een alleenstaande moeder.
anderA1
інший
Heb je een andere maat?
belangrijkA1
важливий
Dit is een belangrijke brief.
bezetA1
зайнятий
Deze plaats is bezet.
bezigA2
зайнятий
Ik ben nu even bezig.
biologischA2
органічний, біо
Deze groente is biologisch geteeld.
boosA2
сердитий
Hij was boos op zijn collega.
drukA2
жвавий, завантажений
Het is druk in de stad.
duurA2
дорогий
Die telefoon is te duur.
eenzaamA2
самотній
In het begin voelde hij zich eenzaam.
eindelijkA2
нарешті
Eindelijk is de brief er.
enthousiastA2
захоплений
De klas was enthousiast over het uitje.
gebruikelijkA2
прийнятий, звичайний
Het is hier gebruikelijk om af te spreken.
geduldigA2
терплячий
De docent is heel geduldig.
geelA1
жовтий
De bloemen in de tuin zijn geel.
gelijkA1
правий; однаковий
Je hebt gelijk.
gelukkigA2
щасливий; на щастя
Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.
gemeubileerdA2
мебльований
Wij zoeken een gemeubileerde woning.
geschiktA2
придатний
Deze woning is geschikt voor een gezin.
gestrestA2
у стресі, напружений
Voor het examen was ik erg gestrest.
gezondA2
здоровий
Hij eet heel gezond.
goedkoopA2
дешевий
Deze winkel is vrij goedkoop.
gratisA2
безкоштовно
De eerste les is gratis.

