Словник
66 слів · сторінка 2 з 3
ziekmeldenA2
повідомити про лікарняний
Je moet je voor negen uur ziekmelden.
ziekmeldingB1
повідомлення про лікарняний
Doe je ziekmelding voor negen uur.
ziekteA1
хвороба
Het is een ziekte die vaak voorkomt.
ziektebeeldB1
клінічна картина
Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.
ziektekostenB1
медичні витрати
De ziektekosten worden grotendeels vergoed.
ziektekostenvergoedingB1
відшкодування медвитрат
Vraag na of je ziektekostenvergoeding krijgt.
zienA1
бачити
Ik zie je morgen.
zijnA1
бути
Ik ben blij dat je er bent.
zingenA2
співати
Op verjaardagen zingen we een lied.
zittenA1
сидіти
Zij zit op de bank.
zoA1
так
Doe het zo.
zoekenA2
шукати
Ik zoek mijn sleutels.
zoetA2
солодкий
Deze appel is heel zoet.
zolderA1
горище
De oude spullen liggen op zolder.
zomerA1
літо
In de zomer gaan we naar het strand.
zonB1
сонце
De zon schijnt eindelijk.
zondagA1
неділя
Zondag zijn veel winkels dicht.
zonderA1
без
Koffie zonder suiker, alstublieft.
zonlichtB1
сонячне світло
De kamer krijgt veel zonlicht.
zonne-energieB1
сонячна енергія
Wij wekken zelf zonne-energie op.
zonsondergangB1
захід сонця
We keken naar de zonsondergang op het strand.
zonsopgangB1
схід сонця
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
zoonA1
син
Hun zoon gaat naar school.
zorgafspraakB1
прийом у медзакладі
Ik moet mijn zorgafspraak verzetten.
zorgenA2
забезпечувати; піклуватися
Ik zorg dat het op tijd klaar is.

