Словник
132 слів · сторінка 4 з 6
werkomgevingA2
робоче середовище
Ik heb een prettige werkomgeving.
werkopdrachtB1
робоче завдання
Ik kreeg een nieuwe werkopdracht van mijn leidinggevende.
werkoverlegB1
робоча нарада
Elke maandag is er werkoverleg.
werkoverzichtA2
огляд завдань
Maak elke maandag een werkoverzicht.
werkplanA2
план роботи
We maken eerst een werkplan.
werkplekA2
робоче місце
Mijn werkplek is bij het raam.
werkplezierB1
задоволення від роботи
Werkplezier is net zo belangrijk als salaris.
werkrelatieB1
робочі стосунки
Een goede werkrelatie maakt het werk prettiger.
werkritmeB1
робочий ритм
Na de vakantie moet ik mijn werkritme weer vinden.
werkroutineB1
робоча рутина
Na een maand had ik mijn werkroutine gevonden.
werkschemaB1
робочий графік
Mijn werkschema wisselt per week.
werksfeerB1
робоча атмосфера
De werksfeer op kantoor is prettig.
werksituatieB1
робоча ситуація
Beschrijf je huidige werksituatie.
werkstageB1
виробнича практика
Zijn werkstage duurt drie maanden.
werktevredenheidB1
задоволеність роботою
De werktevredenheid is gestegen na de reorganisatie.
werktijdA2
робочий час
Mijn werktijd is van acht tot vijf.
werkverdelingB1
розподіл роботи
De werkverdeling is eerlijk geregeld.
werkweekA2
робочий тиждень
Een werkweek is hier 36 uur.
wetenA1
знати
Ik weet het niet.
wetsregelB1
норма закону
Deze wetsregel geldt sinds vorig jaar.
wieA1
хто
Wie is dat?
wijkagentB1
дільничний
De wijkagent kent iedereen in de buurt.
wijkbewonerB1
мешканець району
De wijkbewoners kwamen bijeen in het buurthuis.
wijkcentrumB1
районний центр
In het wijkcentrum zijn gratis activiteiten.
willenA1
хотіти
Ik wil graag koffie.

