Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

73 слів · сторінка 2 з 3

  • weggaanA2

    йти геть

    Wanneer ga je weg?

  • weggooienA2

    викидати

    Gooi het oude papier weg.

  • weinigA1

    мало

    Ik heb weinig tijd.

  • wekelijksA1

    щотижня

    De les is wekelijks op dinsdag.

  • welkeA1

    який

    Welke bus moet ik nemen?

  • welkomA1

    ласкаво просимо

    Welkom bij ons thuis!

  • wereldA1

    світ

    Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.

  • werkA1

    робота

    Ik ga om acht uur naar mijn werk.

  • werkafspraakA2

    робоча домовленість

    We maken hierover een werkafspraak.

  • werkbriefjeA2

    табель робочого часу

    Lever je werkbriefje op vrijdag in.

  • werkdagA2

    робочий день

    Het was een lange werkdag.

  • werkenA1

    працювати

    Zij werkt in een ziekenhuis.

  • werkgeverA2

    роботодавець

    Mijn werkgever betaalt de cursus.

  • werkinstructieA2

    робоча інструкція

    Lees de werkinstructie goed door.

  • werkomgevingA2

    робоче середовище

    Ik heb een prettige werkomgeving.

  • werkoverzichtA2

    огляд завдань

    Maak elke maandag een werkoverzicht.

  • werkplanA2

    план роботи

    We maken eerst een werkplan.

  • werkplekA2

    робоче місце

    Mijn werkplek is bij het raam.

  • werktijdA2

    робочий час

    Mijn werktijd is van acht tot vijf.

  • werkweekA2

    робочий тиждень

    Een werkweek is hier 36 uur.

  • wetenA1

    знати

    Ik weet het niet.

  • wieA1

    хто

    Wie is dat?

  • willenA1

    хотіти

    Ik wil graag koffie.

  • winkelA2

    магазин

    De winkel is op zondag gesloten.

  • winkelcentrumA2

    торговий центр

    Het winkelcentrum is net verbouwd.