Словник
127 слів · сторінка 1 з 6
vaardigheidB1
навичка
Communiceren is een belangrijke vaardigheid.
vacatureB1
вакансія
Er staat een vacature op hun website.
vaccinatieB1
вакцинація
De vaccinatie is gratis.
vaccinatieprogrammaB1
програма вакцинації
Kinderen krijgen prikken via het vaccinatieprogramma.
vaderA1
батько
Mijn vader kookt heel goed.
vakB1
предмет
Wiskunde is mijn favoriete vak.
vakantieB1
відпустка, канікули
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
vakantieaanvraagA2
заява на відпустку
Doe je vakantieaanvraag op tijd.
vakantieadresB1
адреса на час відпустки
Geef je vakantieadres door aan je buren.
vakantiebestemmingB1
місце відпочинку
Spanje is een populaire vakantiebestemming.
vakantiedagenA2
дні відпустки
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
vakantieparkB1
база відпочинку
We huren een huisje op een vakantiepark.
vakantieplanningB1
планування відпустки
De vakantieplanning maken we in januari.
vakonderdeelB1
розділ предмета
Elk vakonderdeel wordt apart getoetst.
veerbootA2
пором
De veerboot vertrekt elk half uur.
veiligheidsgordelB1
ремінь безпеки
Doe je veiligheidsgordel om.
vensterbankA1
підвіконня
Op de vensterbank staan planten.
ventilatieA2
вентиляція
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
verA1
далеко
Is het nog ver?
veranderingA2
зміна
Dat is een grote verandering voor ons.
verantwoordelijkheidB1
відповідальність
Zij krijgt steeds meer verantwoordelijkheid.
verbandA2
пов'язка, бинт
Doe er even een verband omheen.
verblijfsdocumentB1
документ про перебування
Neem je verblijfsdocument mee naar de afspraak.
verblijfsvergunningB1
посвідка на проживання
Zijn verblijfsvergunning is met vijf jaar verlengd.
verdiepingA1
поверх
Wij wonen op de derde verdieping.

