Словник
106 слів · сторінка 5 з 5
vrijA1
вільний
Is deze stoel vrij?
vrijdagA1
п'ятниця
Vrijdag werk ik thuis.
vroegA1
рано
Ik sta elke dag vroeg op.
vroegerA2
раніше
Vroeger woonde ik in een dorp.
vrolijkA2
веселий
Zij is altijd vrolijk op haar werk.
vrouwA1
жінка
De vrouw leest een boek.

