Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

8 слів · сторінка 1 з 1

  • uitgaanB1

    ходити розважатися

    Vroeger gingen we elk weekend uit.

  • uitgevenA2

    витрачати

    Ik geef te veel geld uit aan eten.

  • uitkomenA2

    підходити (про час)

    Komt dinsdag jou goed uit?

  • uitleggenB1

    пояснювати

    Kun je dat nog een keer uitleggen?

  • uitnodigenB1

    запрошувати

    Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.

  • uitrustenB1

    відпочивати

    Na die drukke week moet ik even uitrusten.

  • uitstappenA2

    виходити (з транспорту)

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • uitzoekenA2

    з'ясовувати

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.