Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

98 слів · сторінка 3 з 4

  • snelA1

    швидкий

    Hij loopt heel snel.

  • snelwegA2

    автомагістраль

    Op de snelweg mag je honderd.

  • snijdenA2

    різати

    Snijd de groente in kleine stukjes.

  • snijplankA2

    обробна дошка

    Snijd de groente op de snijplank.

  • snoepA1

    цукерки, солодощі

    Kinderen eten te veel snoep.

  • soepA1

    суп

    De soep is nog te heet.

  • sokA1

    шкарпетка

    Ik kan mijn sokken niet vinden.

  • sollicitatieA2

    заявка на роботу

    Mijn sollicitatie is afgewezen.

  • sollicitatiegesprekA2

    співбесіда

    Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.

  • somberA2

    похмурий, пригнічений

    In november voel ik me vaak somber.

  • sommigeA1

    деякі

    Sommige winkels zijn zondag open.

  • somsA1

    іноді

    Soms neem ik de bus.

  • sorryA1

    вибачте

    Sorry, ik ben te laat.

  • spaargeldA2

    заощадження

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • spaarpotA2

    скарбничка

    De kinderen sparen in een spaarpot.

  • sparenA2

    заощаджувати

    We sparen voor een nieuwe auto.

  • spelenA1

    гратися

    De kinderen spelen in de tuin.

  • spiegelA1

    дзеркало

    Er hangt een spiegel in de gang.

  • spierA1

    м'яз

    Na het sporten doen mijn spieren pijn.

  • spinazieA1

    шпинат

    Spinazie zit vol ijzer.

  • spoedA2

    невідкладний випадок

    Bij spoed belt u dit nummer.

  • spreekuurA2

    години прийому

    Het spreekuur is van negen tot elf.

  • sprekenA2

    говорити

    Spreekt u Nederlands?

  • springenA1

    стрибати

    Hij sprong over de sloot.

  • spullenA1

    речі

    Neem je spullen mee.