Словник
30 слів · сторінка 2 з 2
stoppenA2
припиняти, зупиняти
Hij is gestopt met roken.
stovenB2
тушкувати
Laat het vlees twee uur stoven.
strevenB2
прагнути
Wij streven naar een oplossing voor het eind van het jaar.
studerenB1
вчитися, займатися
Ik studeer elke avond twee uur.
sturenA1
надсилати
Ik stuur je vanavond een bericht.

