Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

66 слів · сторінка 1 з 3

  • het raamA1

    вікно

    Het raam staat open.

  • raarA2

    дивний (розм.)

    Het eten smaakt een beetje raar vandaag.

  • radenA1неправильне

    raadde · raadden · hebben geraden

    вгадувати

    Raad eens wie ik zag!

  • de radioA1

    радіо

    In de auto luister ik altijd naar de radio.

  • het rapportA2

    табель; звіт

    Mijn dochter heeft een goed rapport gekregen.

  • de reactieA1

    коментар, відгук

    Onder het bericht staan honderd reacties.

  • reagerenA1

    reageerde · hebben gereageerd

    реагувати, відповідати

    Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.

  • zich realiserenA2зворотний

    realiseerde · hebben gerealiseerd

    усвідомлювати

    Ik realiseerde me pas later wat er gebeurd was.

  • het receptA2

    рецепт (страви)

    Dit recept komt van mijn moeder.


    рецепт (лікаря)

    De dokter geeft je een recept voor de apotheek.

  • het rechtA1

    право

    Je hebt recht op een advocaat.


    прямий, прямо

    De weg loopt recht naar het centrum.

  • de rechtbankA2

    суд

    De zaak dient volgende maand voor de rechtbank.

  • de rechterA2

    суддя

    De rechter deed vandaag uitspraak.

  • rechtsA1

    праворуч

    De supermarkt is rechts van het station.

  • de rechtsstaatA2

    правова держава

    In een rechtsstaat staat niemand boven de wet.

  • de redenA2

    причина

    Wat is de reden van je verhuizing?

  • de regelA1

    правило

    Dat is hier de regel.


    рядок (тексту)

    Het antwoord staat op regel twaalf van de tekst.

  • regelenA2

    regelde · hebben geregeld

    залагоджувати

    Ik regel het morgen wel.

  • regelmatigA2

    регулярно

    Ik sport regelmatig.

  • de regeringA1

    уряд

    De regering viel na een jaar.

  • de reisA2

    подорож

    De reis duurt twee uur.

  • de reisduurA2

    тривалість поїздки

    De reisduur is ongeveer 45 minuten.

  • de reiskostenA2

    витрати на проїзд

    De reiskosten worden vergoed.

  • de reistijdA2

    час у дорозі

    De reistijd is ongeveer een uur.

  • de reisverzekeringA2

    туристична страховка

    Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.

  • reizenA1

    reisde · hebben/zijn gereisd

    подорожувати, їздити

    Ik reis elke dag met de trein.