Словник
71 слів · сторінка 1 з 3
het paarA1
пара, кілька
Ik blijf nog een paar dagen.
het paardA2
кінь
Het paard graast in de wei.
het padA2
стежка
Volg het smalle pad door het bos.
de paginaA2
сторінка (зокрема веб-)
Open je boek op pagina vijftig.
het pakA2
костюм; пачка, пакет
Hij draagt een donker pak naar de bruiloft.
het pakjeA1
посилка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
de panA2
каструля, сковорода
Doe de groente in de pan.
de papaA1
тато
Papa brengt ons morgen met de auto naar school.
het papierA1
папір
Schrijf het op een blaadje papier.
de paprikaA1
солодкий перець
Snijd de paprika in reepjes.
de parapluA1
парасолька
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
het parkA1
парк
We wandelen graag in het park.
het parlementA2
парламент
Het parlement stemde over het wetsvoorstel.
de participatieverklaringA2
декларація про участь
De participatieverklaring hoort bij de inburgering.
de partnerA1
партнер
Mijn partner werkt in het onderwijs.
pasA2
лише, тільки (не раніше)
De winkel gaat pas om tien uur open.
de pas
картка, перепустка
Betaal je met je pas of contant?
de pastaA1
макарони
Vanavond maak ik pasta.
de patatA1
картопля фрі
Op vrijdag eten we patat.
de pauzeA2
перерва
We hebben om twaalf uur pauze.
de pechA2
поломка; невдача
Ik had pech met de auto onderweg.
de peerA1
груша
Deze peer is heel zoet.
de penA1
ручка
Heb je een pen voor me?
het pensioenA2
пенсія
Zij gaat volgend jaar met pensioen.
de peperA1
перець
Doe er wat peper op.
het perronA2
платформа
De trein vertrekt van perron 5.

