Словник
78 слів · сторінка 1 з 4
paarA1
пара, кілька
Ik blijf nog een paar dagen.
paarsA1
фіолетовий
De bloemen in de tuin zijn paars.
pakjeA1
посилка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakkenA1
брати, хапати
Pak even een glas voor me.
panA2
каструля, сковорода
Doe de groente in de pan.
papierA1
папір
Schrijf het op een blaadje papier.
paprikaA1
солодкий перець
Snijd de paprika in reepjes.
parapluA1
парасолька
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
pardonA1
перепрошую
Pardon, mag ik er even langs?
parkA1
парк
We wandelen graag in het park.
parkeerbeleidB1
паркувальна політика
Het parkeerbeleid in de stad is streng.
parkeerplaatsB1
паркувальне місце
Er is geen parkeerplaats vrij.
parkeertariefB1
тариф на паркування
Het parkeertarief in het centrum is hoog.
parkeervergunningB1
дозвіл на паркування
In het centrum heb je een parkeervergunning nodig.
parkerenA2
паркуватися
Hier mag je niet parkeren.
partnerA1
партнер
Mijn partner werkt in het onderwijs.
passenA2
міряти; підходити
Mag ik deze broek even passen?
pastaA1
макарони
Vanavond maak ik pasta.
patatA1
картопля фрі
Op vrijdag eten we patat.
patiëntB1
пацієнт
De patiënt is goed hersteld.
patiëntendossierB1
медична картка
U mag uw patiëntendossier inzien.
pauzeA2
перерва
We hebben om twaalf uur pauze.
pechA2
поломка; невдача
Ik had pech met de auto onderweg.
peerA1
груша
Deze peer is heel zoet.
penA1
ручка
Heb je een pen voor me?

