Словник
60 слів · сторінка 1 з 3
paarA1
пара, кілька
Ik blijf nog een paar dagen.
paarsA1
фіолетовий
De bloemen in de tuin zijn paars.
pakjeA1
посилка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakkenA1
брати, хапати
Pak even een glas voor me.
panA2
каструля, сковорода
Doe de groente in de pan.
papierA1
папір
Schrijf het op een blaadje papier.
paprikaA1
солодкий перець
Snijd de paprika in reepjes.
parapluA1
парасолька
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
pardonA1
перепрошую
Pardon, mag ik er even langs?
parkA1
парк
We wandelen graag in het park.
parkerenA2
паркуватися
Hier mag je niet parkeren.
partnerA1
партнер
Mijn partner werkt in het onderwijs.
passenA2
міряти; підходити
Mag ik deze broek even passen?
pastaA1
макарони
Vanavond maak ik pasta.
patatA1
картопля фрі
Op vrijdag eten we patat.
pauzeA2
перерва
We hebben om twaalf uur pauze.
pechA2
поломка; невдача
Ik had pech met de auto onderweg.
peerA1
груша
Deze peer is heel zoet.
penA1
ручка
Heb je een pen voor me?
peperA1
перець
Doe er wat peper op.
perronA2
платформа
De trein vertrekt van perron 5.
personeelA2
персонал
Het restaurant zoekt nieuw personeel.
pijnA1
біль
Heb je veel pijn?
pijnlijkA2
болісний
De behandeling is niet pijnlijk.
pijnstillerA2
знеболювальне
Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.

