Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

24 слів · сторінка 1 з 1

  • oefenenB1

    тренуватися

    Je moet elke dag oefenen.

  • onderhandelenB1

    вести переговори

    We onderhandelen nog over de prijs.

  • ondertekenenA2

    підписувати

    Onderteken het contract onderaan.

  • ontbijtenA2

    снідати

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • ontdekkenA2

    виявляти

    Ik ontdekte een fout in het formulier.

  • onthoudenA2

    запам'ятовувати

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontmoetenA2

    зустрічати, знайомитися

    Ik heb haar op een cursus ontmoet.

  • ontslaanA2

    звільняти

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontspannenB1

    розслаблятися

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • ontvangenA2

    отримувати

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • opbellenA2

    телефонувати

    Ik bel je morgen op.

  • opbergenA2

    прибирати (на місце)

    Berg je spullen op in de kast.

  • openenA1

    відкривати

    De winkel opent om negen uur.

  • ophalenA2

    забирати, заїжджати за

    Ik haal je om zeven uur op.

  • oplettenA2

    бути уважним

    Let goed op bij het oversteken.

  • opruimenA2

    прибирати (речі)

    Ruim je spullen even op.

  • opvallenA2

    впадати в око

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opwarmenA2

    розігрівати

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opzeggenA2

    розривати, скасовувати

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzoekenA2

    шукати (у довіднику)

    Zoek het woord even op.

  • overboekenB1

    переказувати (гроші)

    Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.

  • overleggenB1

    радитися

    Ik moet eerst met mijn collega overleggen.

  • overstappenA2

    робити пересадку

    In Utrecht moet je overstappen.

  • overstekenB1

    переходити (дорогу)

    Steek hier voorzichtig over.