Словник
18 слів · сторінка 1 з 1
ondertekenenA2
підписувати
Onderteken het contract onderaan.
ontbijtenA2
снідати
Wij ontbijten om zeven uur.
ontdekkenA2
виявляти
Ik ontdekte een fout in het formulier.
onthoudenA2
запам'ятовувати
Ik kan die naam nooit onthouden.
ontmoetenA2
зустрічати, знайомитися
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontslaanA2
звільняти
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontvangenA2
отримувати
Ik heb je bericht ontvangen.
opbellenA2
телефонувати
Ik bel je morgen op.
opbergenA2
прибирати (на місце)
Berg je spullen op in de kast.
openenA1
відкривати
De winkel opent om negen uur.
ophalenA2
забирати, заїжджати за
Ik haal je om zeven uur op.
oplettenA2
бути уважним
Let goed op bij het oversteken.
opruimenA2
прибирати (речі)
Ruim je spullen even op.
opvallenA2
впадати в око
Het valt me op dat je beter spreekt.
opwarmenA2
розігрівати
Warm het eten even op in de magnetron.
opzeggenA2
розривати, скасовувати
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzoekenA2
шукати (у довіднику)
Zoek het woord even op.
overstappenA2
робити пересадку
In Utrecht moet je overstappen.

