Словник
40 слів · сторінка 1 з 2
de oceaanA2
океан
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
ранок
In de ochtend drink ik koffie.
de oefeningA2
вправа
Maak oefening drie op bladzijde tien.
de oefentoetsA2
пробний тест
Maak eerst een oefentoets.
oktoberA1
жовтень
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
олія
Bak het in een beetje olie.
de olijfA1
оливка, маслина
Wil je olijven bij de borrel?
de omaA1
бабуся
Mijn oma woont in een klein dorp.
de omgevingA2
околиці, оточення
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.
het onderhoudA2
обслуговування, догляд
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
de ondernemerA2
підприємець
Als ondernemer draag je zelf het risico.
het onderwerpA2
тема
Dat is een moeilijk onderwerp.
het onderwijsA2
освіта
In Nederland is het onderwijs voor kinderen gratis.
het onderzoekA1
обстеження, дослідження
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.
het ongelukA2
нещасний випадок
Het ongeluk gebeurde op de trap.
het ontbijtA2
сніданок
Ik sla het ontbijt nooit over.
het ontwerpA2
дизайн, проєкт
Het ontwerp won een prijs.
de ontwikkelingA1
розвиток
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
de onzinA2
нісенітниця
Wat hij zegt, is complete onzin.
het oogA1
око
Er zit iets in mijn oog.
de oogartsA2
офтальмолог
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
de oomA1
дядько
Mijn oom woont in Duitsland.
het oorA1
вухо
Mijn oor doet pijn.
de oorlogA2
війна
Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.
de oorpijnA2
біль у вусі
Het kind heeft oorpijn.

