Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

91 слів · сторінка 3 з 4

  • opA1

    на

    Zet de kopjes op de tafel.

  • de opaA1

    дідусь

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • opbellenA2відокремлюваний

    belde op · hebben opgebeld

    телефонувати

    Ik bel je morgen op.

  • opbergenA2відокремлюванийнеправильне

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    прибирати (на місце)

    Berg je spullen op in de kast.

  • de opdrachtA2

    завдання, доручення

    Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.

  • openA1

    відкритий

    De winkel is nog open.

  • openbaarA1

    публічний, громадський

    De vergadering is openbaar.

  • openenA1

    opende · hebben geopend

    відкривати

    De winkel opent om negen uur.

  • de operatieA2

    операція

    De operatie is goed gegaan.

  • opgeluchtA2

    той, що відчув полегшення

    Ik was opgelucht toen het voorbij was.

  • opgewektA2

    життєрадісний

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • ophalenA2відокремлюваний

    haalde op · hebben opgehaald

    забирати, заїжджати за

    Ik haal je om zeven uur op.

  • de opleidingA2

    освіта, навчання

    Welke opleiding heb je gedaan?

  • oplettenA2відокремлюваний

    lette op · hebben opgelet

    бути уважним

    Let goed op bij het oversteken.

  • de oplossingA2

    рішення

    Er is vast een oplossing.

  • de opnameA2

    запис

    De opname van het gesprek duurt tien minuten.


    зняття грошей

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • opnieuwA1

    заново, знову

    Probeer het opnieuw.

  • opruimenA2відокремлюваний

    ruimde op · hebben opgeruimd

    прибирати (речі)

    Ruim je spullen even op.

  • opschrijvenA2відокремлюванийнеправильне

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    записати

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • opsturenA2відокремлюваний

    stuurde op · hebben opgestuurd

    надіслати (поштою)

    Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.

  • optillenA2відокремлюваний

    tilde op · hebben opgetild

    підняти (вгору)

    Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.

  • optredenA2відокремлюванийнеправильне

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    виступати

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    виступ

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2відокремлюванийнеправильне

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    впадати в око

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opwarmenA2відокремлюваний

    warmde op · hebben opgewarmd

    розігрівати

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opzeggenA2відокремлюванийнеправильне

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    розривати, скасовувати

    Ik wil mijn contract opzeggen.