Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

61 слів · сторінка 2 з 3

  • oogartsA2

    офтальмолог

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • ookA1

    теж, також

    Ik kom ook mee.

  • oomA1

    дядько

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • oorA1

    вухо

    Mijn oor doet pijn.

  • oorpijnA2

    біль у вусі

    Het kind heeft oorpijn.

  • opA1

    на

    Het boek ligt op tafel.

  • opaA1

    дідусь

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • opbellenA2

    телефонувати

    Ik bel je morgen op.

  • opbergenA2

    прибирати (на місце)

    Berg je spullen op in de kast.

  • opdrachtA2

    завдання, доручення

    Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.

  • openA1

    відкритий

    De winkel is nog open.

  • openenA1

    відкривати

    De winkel opent om negen uur.

  • operatieA2

    операція

    De operatie is goed gegaan.

  • opgeluchtA2

    той, що відчув полегшення

    Ik was opgelucht toen het voorbij was.

  • opgewektA2

    життєрадісний

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • ophalenA2

    забирати, заїжджати за

    Ik haal je om zeven uur op.

  • oplettenA2

    бути уважним

    Let goed op bij het oversteken.

  • oplossingA2

    рішення

    Er is vast een oplossing.

  • opnameA2

    зняття грошей

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • opnieuwA2

    заново, знову

    Probeer het opnieuw.

  • opruimenA2

    прибирати (речі)

    Ruim je spullen even op.

  • opvallenA2

    впадати в око

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opwarmenA2

    розігрівати

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opzeggenA2

    розривати, скасовувати

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzoekenA2

    шукати (у довіднику)

    Zoek het woord even op.