Словник
61 слів · сторінка 1 з 3
ochtendA1
ранок
In de ochtend drink ik koffie.
oefeningA2
вправа
Maak oefening drie op bladzijde tien.
oefentoetsA2
пробний тест
Maak eerst een oefentoets.
ofA1
або
Wil je thee of koffie?
oktoberA1
жовтень
In oktober vallen de bladeren.
olieA2
олія
Bak het in een beetje olie.
olijfA1
оливка, маслина
Wil je olijven bij de borrel?
omaA1
бабуся
Mijn oma is tachtig jaar.
omdatA1
тому що
Ik kom niet, omdat ik moet werken.
onderA1
під
De doos staat onder het bed.
onderhoudA2
обслуговування, догляд
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
ondertekenenA2
підписувати
Onderteken het contract onderaan.
onderwerpA2
тема
Dat is een moeilijk onderwerp.
ongeduldigA2
нетерплячий
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongerustA2
стривожений
Ik was ongerust toen je niet belde.
ongeveerA2
приблизно
Het duurt ongeveer een uur.
onrustigA2
неспокійний
Ik sliep onrustig voor het examen.
ontbijtA2
сніданок
Ik sla het ontbijt nooit over.
ontbijtenA2
снідати
Wij ontbijten om zeven uur.
ontdekkenA2
виявляти
Ik ontdekte een fout in het formulier.
onthoudenA2
запам'ятовувати
Ik kan die naam nooit onthouden.
ontmoetenA2
зустрічати, знайомитися
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontslaanA2
звільняти
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontvangenA2
отримувати
Ik heb je bericht ontvangen.
oogA1
око
Er zit iets in mijn oog.

