Словник
66 слів · сторінка 1 з 3
naA1
після
Na het eten gaan we wandelen.
de naamA1
ім'я
Wat is jouw naam?
naarA1
до, в (напрямок)
Ik ga naar mijn werk.
naartoeA2
туди, куди (напрямок)
Waar ga je in de zomervakantie naartoe?
naastA1
поруч із
Hij zit naast mij.
de nachtA1
ніч
Ik heb de hele nacht slecht geslapen.
de nachtdienstA2
нічна зміна
Deze week heb ik nachtdienst.
nadatB1
після того як
Nadat ik gegeten had, ging ik naar bed.
nadenkenA2відокремлюванийнеправильне
dacht na · dachten na · hebben nagedacht
обмірковувати
Ik moet er nog even over nadenken.
de nagelA1
ніготь
Mijn nagels zijn te lang.
het nagerechtA2
десерт
Als nagerecht is er ijs.
nakijkenA2відокремлюванийнеправильне
keek na · keken na · hebben nagekeken
перевіряти (роботи)
De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.
namelijkA2
річ у тім, що
Ik kan niet komen, ik moet namelijk werken.
namensB1
від імені
Namens het hele team wens ik je veel succes.
natA1
мокрий
Mijn jas is helemaal nat.
nationaalB1
національний
Het nationale museum is gratis voor kinderen.
de naturalisatieA2
натуралізація
Na naturalisatie krijg je het Nederlandse paspoort.
de natuurA2
природа
Op zondag wandelen we graag in de natuur.
het natuurbeheerB1
управління природними територіями
Natuurbeheer kost veel geld.
de natuurbeschermingB1
охорона природи
Natuurbescherming is bij wet geregeld.
natuurlijkA1
природний; звичайно
Dit is een natuurlijk product.
de natuurrampB1
стихійне лихо
De natuurramp trof duizenden mensen.
de natuurwandelingB1
прогулянка на природі
Zondag maken we een natuurwandeling.
nauwkeurigB1
точний, акуратний
Dit werk moet nauwkeurig gebeuren.
navragenB1відокремлюванийнеправильне
vroeg na · vroegen na · hebben nagevraagd
уточнювати, дізнаватися
Ik zal het even navragen bij de gemeente.

