Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

58 слів · сторінка 1 з 3

  • de maagA1

    шлунок

    Ik heb last van mijn maag.

  • de maaltijdA2

    прийом їжі

    Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.

  • de maanA2

    місяць (небесне тіло)

    Vannacht is de maan helemaal rond.

  • de maandA1

    місяць

    Volgende maand ga ik op vakantie.

  • de maandagA1

    понеділок

    Op maandag begin ik om negen uur.

  • het maandbedragA2

    щомісячна сума

    Het maandbedrag is 45 euro.

  • maartA1

    березень

    De cursus start in maart.

  • de maatA2

    розмір

    Heeft u dit in een grotere maat?

  • de machineA2

    машина, верстат

    Hij werkt met een grote machine in de fabriek.

  • de magnetronA2

    мікрохвильовка

    Warm het even op in de magnetron.

  • de mamaA1

    мама

    Mama, mag ik vanmiddag bij mijn vriendin spelen?

  • de manA1

    чоловік

    Die man werkt in de winkel.

  • de manierA1

    спосіб

    Dat is een handige manier om te oefenen.

  • de marktA2

    ринок

    Op zaterdag is er markt op het plein.

  • het matrasA1

    матрац

    Dit matras is te zacht voor mij.

  • de medestudentA2

    однокурсник

    Ik oefen samen met een medestudent.

  • de medewerkerA2

    співробітник, працівник

    Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.

  • het medicijnA2

    ліки

    Neem dit medicijn twee keer per dag.

  • het meelA1

    борошно

    Voor dit recept heb je meel nodig.

  • meerA1

    більше

    Ik heb meer tijd nodig.


    het meer

    озеро

    In de zomer zwemmen we in het meer.

  • de meesterA2

    учитель (поч. школи); майстер

    De meester leest elke dag voor aan de klas.

  • meiA1

    травень

    Mijn verjaardag is in mei.

  • de meidA2

    дівчина (розм.)

    Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.

  • het meisjeA1

    дівчинка

    Het meisje speelt buiten.

  • de melkA1

    молоко

    Wil je melk in je koffie?