Словник
192 слів · сторінка 4 з 8
de meerkeuzevraagB2
питання з вибором відповіді
Het examen bestaat uit meerkeuzevragen.
het meervoudB2
множина
Het meervoud van 'kind' is 'kinderen'.
de meesterA2
учитель (поч. школи); майстер
De meester leest elke dag voor aan de klas.
het meetbaarB2
вимірний
Het effect is nauwelijks meetbaar.
het meetinstrumentB2
вимірювальний інструмент
Het meetinstrument moet betrouwbaar zijn.
de meeuwB2
чайка
De meeuwen pikken het brood zo uit je hand.
de meevallerB2
приємна несподіванка
De belastingteruggave was een meevaller.
meiA1
травень
Mijn verjaardag is in mei.
de meidA2
дівчина (розм.)
Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.
het meisjeA1
дівчинка
Het meisje speelt buiten.
de melancholieB2
меланхолія
In zijn muziek zit veel melancholie.
de meldingB2
повідомлення, сповіщення
Je kunt via de app een melding maken van afval op straat.
het meldpuntB1
пункт прийому скарг
Er is een meldpunt voor discriminatie.
de melkA1
молоко
Wil je melk in je koffie?
de melodieB2
мелодія
De melodie blijft meteen hangen.
de memoB2
службова записка
Hij schreef een korte memo aan de directie.
de meneerA1
пан
Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?
de meningA2
думка
Wat is jouw mening hierover?
het meningsverschilB2
розбіжність у думках
Een meningsverschil hoeft geen ruzie te worden.
de mensA1
людина
Hij is een aardig mens.
de mensenA1
люди
Er waren veel mensen op het feest.
het mensenrechtB2
право людини
Onderwijs is een mensenrecht.
de mensenrechtenB2
права людини
Mensenrechten gelden voor iedereen.
het mensenrechtenverdragB2
договір про права людини
Het mensenrechtenverdrag is door bijna elk land ondertekend.
de mentorB2
наставник
Elke nieuwe medewerker krijgt een mentor.

