Словник
62 слів · сторінка 3 з 3
moetenA1
мусити
Ik moet nu weg.
mogelijkA2
можливий
Is het mogelijk om later te komen?
mogelijkheidA2
можливість
Er is nog een andere mogelijkheid.
mogenA1
можна, мати право
Mag ik hier zitten?
momentA1
момент
Een moment, ik kom eraan.
mondA1
рот
Doe je mond open, zegt de tandarts.
mooiA1
гарний
Wat een mooie foto!
morgenA1
завтра
Morgen begin ik vroeg.
muntA2
монета
Heb je een munt van twee euro?
muntgeldA2
монети
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
muurA1
стіна
Aan de muur hangt een schilderij.
muziekA1
музика
Ik luister graag naar muziek.

