Словник
5 слів · сторінка 1 з 1
lachenA1
сміятися
We hebben veel gelachen.
leggenA1
класти
Leg het boek op tafel.
liggenA1
лежати, знаходитися
Het boek ligt op tafel.
lijkenA1
здаватися
Het lijkt me een goed idee.
lopenA1
ходити пішки
Ik loop elke dag naar mijn werk.

