Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

48 слів · сторінка 1 з 2

  • de kaarsA1

    свічка

    Op tafel brandt een kaars.

  • de kaartA1

    листівка; карта

    Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.

  • de kaasA1

    сир

    Nederlandse kaas is bekend in de wereld.

  • de kachelA1

    обігрівач, піч

    Zet de kachel wat hoger.

  • de kamA1

    гребінець

    Mag ik je kam even lenen?

  • de kamerA1

    кімната

    Mijn kamer is niet zo groot.


    палата (парламенту)

    De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.

  • de kaneelA1

    кориця

    Doe wat kaneel op de appels.

  • de kansA1

    шанс, можливість

    Dit is een mooie kans voor jou.

  • de kastA1

    шафа

    Je jas hangt in de kast.

  • de keelA1

    горло

    Ik heb pijn in mijn keel.

  • de keerA1

    раз

    Ik ga twee keer per week sporten.

  • de kelderA1

    підвал

    De fietsen staan in de kelder.

  • kennenA1

    kende · hebben gekend

    знати (когось)

    Ken je die man?

  • de kennisA1

    знання

    Hij heeft veel kennis van computers.


    знайомий (людина)

    Een kennis van mij werkt bij die school.

  • de kerkA1

    церква

    De kerk staat op het plein.

  • de keukenA1

    кухня

    De keuken is net schoongemaakt.

  • kiezenA1неправильне

    koos · kozen · hebben gekozen

    вибирати

    Je moet zelf kiezen.

  • kijkenA1неправильне

    keek · keken · hebben gekeken

    дивитися

    We kijken vanavond naar een film.

  • de kiloA1

    кілограм

    Een kilo appels kost op de markt twee euro.

  • de kinA1

    підборіддя

    Hij stootte zijn kin bij het vallen.

  • het kindA1

    дитина

    Het kind speelt in de tuin.

  • de kipA1

    курка

    Ik eet liever kip dan rundvlees.

  • klaarA1

    готовий

    Het eten is klaar.

  • de klasA1

    клас (група учнів)

    In mijn klas zitten studenten uit tien landen.

  • kleinA1

    маленький

    Mijn kamer is klein maar gezellig.