Словник
93 слів · сторінка 3 з 4
de klokA1
годинник (не наручний)
De klok in de keuken loopt voor.
дзвін
De klok van de kerk luidt elke zondagochtend.
kloppenA2
klopte · hebben geklopt
бути правильним; стукати
Klopt dit adres?
de knieA1
коліно
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
knippenA2
knipte · hebben geknipt
стригти, різати (ножицями)
Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.
de koekA1
печиво
Bij de koffie krijg je een koekje.
de koelkastA1
холодильник
De melk staat in de koelkast.
de kofferA2
валіза
Mijn koffer is te zwaar.
de koffieA1
кава
Zullen we een kopje koffie drinken?
kokenA2
kookte · hebben gekookt
готувати
Wie kookt er vanavond?
кипіти
Wacht tot het water kookt en doe dan de pasta erin.
komenA1неправильне
kwam · kwamen · zijn gekomen
приходити
Kom je vanavond ook?
de komkommerA1
огірок
Snijd de komkommer in plakjes.
de koningA1
король
De koning opende het parlementaire jaar.
de koninginA2
королева
De koningin bezocht het ziekenhuis.
de KoningsdagA2
День короля
Op Koningsdag is het hele land oranje.
het kookboekA2
кулінарна книга
Dit recept staat in mijn kookboek.
de koolA1
капуста
In de winter eten we vaak kool.
вугілля
Vroeger stookten ze de kachel op kool.
het koopjeA2
вигідна покупка
Die jas was echt een koopje.
de koortsA2
гарячка
Het kind heeft koorts.
de kopA2
чашка; голова (тварини)
Wil je een kop thee of liever koffie?
kopenA1неправильне
kocht · kochten · hebben gekocht
купувати
Ik koop brood bij de bakker.
het kopjeA1
чашка
Wil je een kopje thee?
kortA1
короткий
Het was maar een korte pauze.
de kortingA2
знижка
Er is deze week korting op groente.
de kortingsactieA2
акція зі знижкою
Er loopt een kortingsactie tot zondag.
de kortingsbonA2
купон на знижку
Ik heb nog een kortingsbon.

