Словник
41 слів · сторінка 2 з 2
knieA1
коліно
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koekA1
печиво
Bij de koffie krijg je een koekje.
koelkastA1
холодильник
De melk staat in de koelkast.
koffieA1
кава
Zullen we een kopje koffie drinken?
komenA1
приходити
Kom je vanavond ook?
komkommerA1
огірок
Snijd de komkommer in plakjes.
koolA1
капуста
In de winter eten we vaak kool.
kopenA1
купувати
Ik koop brood bij de bakker.
kopjeA1
чашка
Wil je een kopje thee?
kortA1
короткий
Het was maar een korte pauze.
koudA1
холодний
Het eten is koud geworden.
krantA1
газета
Mijn vader leest elke dag de krant.
krijgenA1
отримувати
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1
могти, уміти
Kun je mij helpen?
kussenA1
подушка
Dit kussen is te hard.
kwartierA1
чверть години
Het duurt nog een kwartier.

