Словник
44 слів · сторінка 1 з 2
ideeA2
ідея
Dat is een goed idee.
identiteitsbewijsB1
посвідчення особи
Neem een geldig identiteitsbewijs mee.
identiteitscontroleB1
перевірка документів
Bij binnenkomst is er een identiteitscontrole.
iedereA1
кожен
Iedere maandag heb ik les.
iedereenA1
усі
Iedereen is welkom.
iemandA1
хтось
Er staat iemand voor de deur.
ietsA1
щось
Wil je iets drinken?
ijsA1
лід, морозиво
De kinderen willen een ijsje.
inA1
у, в
Het zit in de kast.
inburgeringB1
інтеграція (інбюргерінг)
De inburgering is verplicht voor veel nieuwkomers.
inburgeringsexamenB1
іспит з інтеграції
Zij is geslaagd voor het inburgeringsexamen.
inburgeringsplichtB1
обов'язок інтеграції
Voor veel nieuwkomers geldt een inburgeringsplicht.
incassoB1
автоматичне списання
De huur gaat via automatische incasso.
inderdaadA2
справді
Dat klopt inderdaad.
indrukB1
враження
Hij maakte een goede indruk tijdens het gesprek.
informatieA2
інформація
Meer informatie vind je op de website.
informerenB1
інформувати; довідуватися
Wij informeren u zodra er nieuws is.
ingrediëntA2
інгредієнт
Welke ingrediënten heb je nodig?
inhalenB1
обганяти
Hier mag je niet inhalen.
initiatiefB1
ініціатива
Zij neemt vaak zelf het initiatief.
injectieB1
ін'єкція, укол
U krijgt een injectie in de arm.
inkomenA2
дохід
Zijn inkomen is dit jaar gestegen.
inkomenscontroleB1
перевірка доходів
Voor huurtoeslag vindt een inkomenscontrole plaats.
inkomstenB1
доходи
De inkomsten uit verhuur zijn gedaald.
inkomstenbelastingB1
прибутковий податок
De inkomstenbelasting geef je jaarlijks aan.

