Словник
191 слів · сторінка 6 з 8
hopenA1
сподіватися
Ik hoop dat het lukt.
horecaB2
громадське харчування та готелі
In de horeca werk je vaak in het weekend.
horecamedewerkerB2
працівник громадського харчування
Er is een tekort aan horecamedewerkers.
horenA1
чути
Ik hoor je niet goed.
horlogeA1
наручний годинник
Mijn horloge loopt achter.
houdbaarA2
придатний (до строку)
De melk is nog twee dagen houdbaar.
houdbaarheidB2
термін придатності
De houdbaarheid staat op de verpakking.
houdbaarheidsdatumA2
термін придатності
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
houdenA1
тримати; любити (van)
Ik houd van koffie.
houtkapB2
вирубка лісу
De houtkap ligt in het broedseizoen stil.
houtproductieB2
виробництво деревини
Een deel van het bos is voor houtproductie.
huidA1
шкіра
Bescherm je huid tegen de zon.
huidaandoeningB2
шкірне захворювання
Voor deze huidaandoening bestaat een zalf.
huilenA1
плакати
De baby huilt de hele nacht.
huisA1
дім
Ik woon in een klein huis.
huis-aan-huisbladB2
безкоштовна місцева газета
Het huis-aan-huisblad valt gratis op de mat.
huisapotheekA2
домашня аптечка
Zorg voor een goede huisapotheek.
huisartsB1
сімейний лікар
Je gaat eerst naar de huisarts.
huisartsassistenteA2
медсестра сімейного лікаря
De huisartsassistente maakt de afspraak.
huisartsenpostA2
чергова служба лікарів
's Avonds belt u de huisartsenpost.
huisbaasA2
орендодавець
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
huisdierB2
домашня тварина
In dit gebouw zijn huisdieren niet toegestaan.
huisgenootA1
сусід по квартирі
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
huishoudboekjeB2
домашня бухгалтерія
Zij houdt een huishoudboekje bij.
huismeesterB2
управитель будинку
Meld de storing bij de huismeester.

