Словник
18 слів · сторінка 1 з 1
de gangA1
коридор
Zet je schoenen in de gang.
de garageA1
гараж
De fiets staat in de garage.
het gebakA1
випічка, тістечко
Bij de koffie was er gebak.
het gebruikA1
використання
Het gebruik van de app is gratis.
het geldA1
гроші
Ik heb geen geld bij me.
het gelukA1
удача, щастя
Veel geluk met je nieuwe baan!
het gereedschapA1
інструменти
Het gereedschap ligt in de schuur.
de geschiedenisA1
історія
De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.
het gesprekA1
розмова
We hebben een goed gesprek gehad.
het getalA1
число
Schrijf het getal in cijfers.
het gevoelA1
почуття
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
het gezichtA1
обличчя
Was je gezicht met koud water.
het gezinA1
сім'я (домогосподарство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
het glasA1
склянка
Mag ik een glas water?
скло
De deur van de keuken is van hout en glas.
de goedenavondA1
добрий вечір
Goedenavond, komt u binnen.
de goedendagA1
добрий день
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
de gootsteenA1
раковина
De vuile borden staan in de gootsteen.
de groepA1
група
De groep vertrekt om negen uur met de bus.

