Словник
225 слів · сторінка 6 з 9
getalA1
число
Schrijf het getal in cijfers.
getijdeB2
приплив і відплив
Het getijde bepaalt wanneer je kunt varen.
getijdenwerkingB2
припливна дія
De getijdenwerking vormt de zandbanken.
getrouwdA1
одружений / заміжня
Zij is al tien jaar getrouwd.
getuigeB2
свідок
De getuige legde een verklaring af.
gevangenisB2
в'язниця
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
gevoelB2
почуття
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligheidB2
чутливість
Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.
gevoelslevenB2
емоційне життя
Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.
gevoelstemperatuurB2
відчутна температура
De gevoelstemperatuur ligt vijf graden lager.
gevolgA2
наслідок
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
gewasB2
сільськогосподарська культура
Elk gewas heeft eigen eisen.
gewasbeschermingB2
захист рослин
De regels voor gewasbescherming zijn strenger geworden.
gewichtB1
вага
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
gewondA2
поранений
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonteA2
звичка
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
gewrichtB2
суглоб
Mijn gewrichten doen 's ochtends pijn.
gezelligheidB1
затишок, приємна атмосфера
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
gezelschapB1
компанія, товариство
Hij houdt van gezelschap.
gezelschapsspelB1
настільна гра
's Avonds doen we een gezelschapsspel.
gezetB2
повний
Een wat gezette man van vijftig.
gezichtA1
обличчя
Was je gezicht met koud water.
gezichtsuitdrukkingB2
вираз обличчя
Aan haar gezichtsuitdrukking zag ik het al.
gezichtsvermogenB2
зір
Het gezichtsvermogen wordt jaarlijks gecontroleerd.
gezinA1
сім'я (домогосподарство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.

